Kort voor de kerstvakantie kwam ik onverwacht in een mediastorm terecht.
Al klinkt storm iets te pejoratief. Ik noem het liever een warme wervelwind: kort, krachtig en koortsachtig.
Dat kwam zo. (Ga gerust even zitten, want het verhaal dreigt wat langer te worden.)
Ik kreeg mijn burgemeester en quasi-buurman Theo Francken op bezoek.
Ik had hem in oktober uitgenodigd op mijn boekpresentatie, maar helaas kon hij er niet bij zijn.
Wel wilde hij graag mijn boek kopen en dat persoonlijk komen afhalen bij mij thuis.
Zo werd het half december eer hij langs kwam.
Blijkbaar had hij die dag zeeën van tijd, want hij vleide zich spontaan neer in een stoel voor een babbel onder buren.
Na wat uitwisselen over de inbraakgolf die op dat moment door ons dorp raasde, en een fotomoment, kwamen we uit, hoe kan het anders, op de taalkwestie in de politieke formatiegesprekken. Gespreksstof die ons bindt.
Zo vertelde Theo dat de federale onderhandelingen hoofdzakelijk in het Frans plaatsvinden wegens de gebrekkige kennis van het Nederlands bij de meeste Franstaligen aan de onderhandelingstafel.
Maar hoe kan je nu nauw samenwerken met iemand wiens taal je niet spreekt?
Daar waren we het beiden roerend over eens.
Hij ging nog door over de extra tijd die dit kost (dubbel werk door over en weer vertalen onderling) en over de voordelen voor de Vlamingen: de taal van hun gesprekspartners spreken, opent voor hen de weg naar meer connectie en impact bij de Franstaligen.
Weer maar eens het bewijs hoe al dan niet een taal spreken tegelijk verbindend en verdelend werkt. Ma mission à moi.
Geboeid door dit gesprek en dit topic naar mijn hart, kroop ik in de pen op de LinkedIn en Instagram.
En mijn post werd gedeeld door Theo.
Nooit gedacht dat ik de dag erna zou wakker worden met dit:


Diezelfde avond werd de verbazing nog groter: plots zag ik mezelf zitten aan de Tafel van Gert.
Virtueel althans.
Er volgde nog een artikel in L’Echo en op de website van DaarDaar.
En meerdere posts van Theo lui-même.
Vijf minuten roem.
Zo noem ik het graag.
Heel leuk, zeker voor mijn ego.
Ook publiciteit voor mijn boek doet me veel plezier.
Bovendien kon ik tijdens deze fameuze wervelwind met eigen ogen vaststellen dat je niet alles moet geloven wat in de pers staat.
(Theo is niet mijn klant, en was ook niet aanwezig op mijn boekpresentatie 🙂 ).
Men is gewoon verder gegaan op wat ik gedeeld had op sociale media, zonder dit bij mij te checken.
Maar!
Als er één ding is wat ik hoop dat deze “buzz” teweeg gebracht heeft, dan is het wel dit: dat het in ons land hoog tijd is om werk te maken van meer en betere talenkennis, meer bepaald die van onze beide landstalen.
Waar is de tijd dat Vlamingen wereldberoemd waren om hun talenkennis?
Jongeren in Vlaanderen gaan massaal naar de bijles Frans.
Nochtans spreken ze het amper als ze afstuderen.
Voor heel wat onder hen vormt Nederlands ook een probleem.
In Wallonië beginnen scholieren zelfs niet meer aan het Nederlands.
In veel bedrijven is Engels de voertaal tussen Vlamingen en Walen.
Hoelang gaan we nog verder met deze Babylonische spraakverwarring?
In een maatschappij die dringend nood heeft aan meer verbinding, is communicatie de sleutel daarnaartoe.
Daarvoor heb je taalvaardigheid nodig, en de kunst om de taal van de ander te spreken,
Laten we beginnen met terug in te zetten op kwalitatief taalonderwijs
en op een cultuur die dat aanmoedigt.
En dit met politici die het goede voorbeeld geven.
Zo kom ik tenslotte terug uit bij één van de dromen die ik had toen ik aan mijn boek begon:
dat het een ripple-effect mag creëren naar meer verbinding en respect voor elkaars taal.
Het debat is alvast geopend.
Willen we dat nu samen open en warm houden?
Werkt taal bij jou verdelend of verbindend?